Een reiziger en Samarang
De geschiedenis begon in 1855, toen Antonius Gaemers in Breda geboren werd. Nadat hij de lagere school doorlopen had, ging hij er als tienjarig jongetje op uit om een vak te leren. Waarom hij er zo door aangetrokken werd is niet precies bekend, maar het vak van uurwerkmaker betoverde hem zo dat hij in de leer ging bij verschillende meesters in het vak om datzelfde vak onder de knie te krijgen. Als jongeman gaf hij al blijk van zijn ietwat rusteloze, reislustige aard door reizen te maken naar Engeland, Frankrijk en Duitsland om zijn kennis uit te breiden. Toen hij in 1876 voor de verandering eens in Nederland was, viel zijn oog op een voor hem aantrekkelijke advertentie. Er werden horlogemakers gevraagd die in Nederlands Indië zouden moeten gaan werken. Niet bang voor wat avontuur reageerde Antonius op de advertentie, werd aangenomen en vertrok in 1877 naar Batavia. Daar werd hij te werk gesteld als chef van een werkplaats en hij gaf leiding aan een groep inlandse horlogemakers. Toch speelde zijn rusteloze, ondernemende geest weer op en Antonius Gaemers nam hetzelfde jaar nog ontslag als chef. Hij had het plan opgevat om voor zichzelf te beginnen. In de tweede helft van 1877 startte hij zijn eigen bedrijf in Samarang. Toen op 19 januari 1878 de "Gouverneur Generaal van Nederlands Indië" besloot hem "in naam des konings" een vestigingsvergunning te verlenen, was ook de bijbehorende papierwinkel compleet. Zes jaar lang wist Antonius als horlogemaker, goud en zilversmid en juwelier zijn bedrijf draaiende te houden in dat verre Indië. Eén enkele steek maakte echter dat hij gedwongen was naar Nederland terug te keren: de malaria die hij had opgelopen maakte hem ziek en in zijn vaderland zou hij beter kunnen genezen.
De terugkeer van Antonius Gaemers naar Nederland had grote gevolgen voor het voortbestaan van het bedrijf. In 1883 liep hij namelijk Barbara Kimmel, de dochter van een kleermaker in Breda, tegen het lijf. Ze trouwden en kregen drie kinderen: twee meisjes en een jongen. De laatste, Albertus Franciscus (1885 1951), zou zijn vader gaan opvolgen. Tot zijn dood in 1926 zou Antonius zwervend en ondernemend blijven. Hij woonde in Breda, Leiden en ten slotte in Den Haag, waar hij, naast zijn uurwerkmakersbedrijf, korte tijd een uitzendbureau voor dienstbodes heeft gerund.
De volgende generaties
Albertus Franciscus zag zijn vader aan het werk met radertjes, veertjes en wijzers. Hij moet gedacht hebben: "dat wil ik ook". Die gedachte zal hij niet voor zich gehouden hebben, want zijn vader vond het natuurlijk een prima idee en zal ongetwijfeld blij geweest zijn met een opvolger. Zo leerde Albertus het vak spelenderwijs en ging later, zoals gebruikelijk was, in de leer bij verschillende uurwerkmakers. Zo zette hij het bedrijf van zijn vader voort als uurwerkmaker en goud en zilversmid. Samen met zijn vader bedacht hij dat het aardig zou zijn om bekende Oud Hollandse klokken opnieuw te maken. Het idee bleek aan te slaan en zo begon Gaemers vanaf ongeveer 1910 met de vervaardiging van replica's die in kwaliteit in niets onder deden voor de originelen. In 1911 trouwde Albertus met Anna Cornelissen, dochter van de directeur van een hoeden en pettenfabriek uit Deurne. Albertus verhuisde dan ook naar de plaats van zijn vrouw. Samen kregen ze drie zoons die ieder een geheel eigen kijk hadden op het bedrijf. De jongste zoon, Albert, zou zich gaan bezighouden met de ontwikkeling van replica's van uurwerken voor mensen met een "kleine beurs" door gebruik te maken van moderne materialen. De tweede zoon, Piet, was de handelaar van de familie en zou als juwelier een handel beginnen in sieraden. De oudste zoon, Antonius, geboren in 1912, had de interesse voor het uurwerkmakersvak opgevat. Antonius, ook wel Antoon, werd al als baby in de kinderstoel naast de werkbank van zijn vader gezet en zijn vader wijdde hem in in de geheimen van zijn vak. Antoon was acht jaar en hij zat al aan de werkbank en assisteerde zijn vader. Het vak boeide hem enorm, maar zijn echte passie lag in het vioolspel. Als zestienjarige jongeman twijfelde hij of hij toch niet liever violist zou worden. Het was echter crisistijd en het werd hem afgeraden om de muziek in te gaan omdat er toentertijd "geen droog brood in te verdienen was". Toen zijn vader een keer ziek werd en Antoon gedwongen was de reparaties over te nemen, verwonderde hij zich erover dat hij in staat was al die uurwerken weer lopende te krijgen en de beslissing was gemaakt.
Het Noordeinde
De familie Gaemers was inmiddels alweer in de richting van het westen getrokken en in 1930 werd het pand Noordeinde 157 te Den Haag betrokken, om in 1932 naar Noordeinde 155 te verhuizen. Vanaf 1935 nam Antoon het bedrijf over van zijn vader en bleef wonen en werken in het pand aan het Noordeinde. De Tweede Wereldoorlog bracht Antoon in een moeilijke periode. Hij werd opgeroepen in het leger dienst te nemen en vocht aan de Grebbeberg tegen de Duitse invasiemacht. Het mocht niet baten en tijdens de bezetting kon hij zijn bedrijf voortzetten.
In 1947, toen de verschrikkingen van de oorlog voorbij waren, trouwde Antoon met Marie Antoinette Nusselein, dochter van een handelaar in porselein en huishoudelijke artikelen. Samen runden ze het bedrijf en kregen daarbij twee kinderen, een meisje en een jongen. Deze knaap, geboren in 1949 werd Antoon genoemd. Met een dergelijke naam was hij natuurlijk voorbestemd om zijn vader op te volgen en dat was dan ook het geval. Eind jaren vijftig werd Antoon Gaemers Senior lid van de Société Suisse de Chronométrie, een bijna elitair gezelschap dat alleen de
mensen toelaat die aan de hoogste technische eisen in het horlogemakersvak voldoen. Eind zestiger jaren kwam daar nog het lidmaatschap van een andere prestigieuze club bij: het Deutsche Geselschaft für Chronometrie. Senior publiceerde vanaf 1960 technische artikelen in diverse vakbladen, was examinator voor mensen die zich op het gebied van het uurwerkvak wilden begeven en ontwikkelde een aantal nieuwe systemen voor torenklokinstallaties.
Antoon Gaemers junior kwam op precies dezelfde wijze als zijn vader met het vak in aanraking. De techniek van het uurwerk maken fascineerde hem en hij bracht menig uurtje door kijkend naar zijn vader, terwijl hij nieuwsgierig alles in zich opnam. Hij bezocht de Christiaan Huygensschool, school voor uurwerktechniek in Rotterdam, alwaar hij in 1966 zijn diploma behaalde. Na een stageperiode bij verschillende Nederlandse en buitenlandse bedrijven (waaronder Bulova, Omega en Longines), ging hij vanaf 1970 aan de slag in het bedrijf van zijn vader. Dat is ook de tijd dat de firma Gaemers haar eigen horlogemerk lanceerde, Antoine et Fils, een merk dat mechanische horloges van goede kwaliteit leverde. In 1972 trouwde Antoon junior met Marijke Maria Johanna Paulina Paanakker, dochter van de toenmalige eigenaar van een bekende Haagse schoenenketen.
A. Gaemers Chronometrie
Toen Junior in 1980 het bedrijf van zijn vader overnam, besloot hij meteen tot een naamsverandering. Om zich te distingeren van bijvoorbeeld de juweliers die tevens horloges verkopen en om aan te geven dat het bedrijf zich, met ook een eigen atelier, uitsluitend met tijd en aanverwante zaken bezighoudt, gaf hij het bedrijf de naam "A. Gaemers Chronometrie". Een bijkomend voordeel van het toevoegsel "Chronometrie" is dat dit in het buitenland ook duidelijkheid verschaft over de intenties en het specialisme van het bedrijf. Onder Antoon Gaemers junior groeide het familiebedrijf. Aangezien het bedrijf behalve voor de particuliere klantenkring ook reparaties ging uitvoeren voor bijvoorbeeld juweliers, moesten er uurwerkmakers in dienst genomen worden die in het atelier de reparaties moesten uitvoeren.
Daarnaast nam A. Gaemers Chronometrie de after sales service van een aantal merken voor zijn rekening, zoals Bulova (vanaf 1975), Audemars Piguet, Jaeger le Coultre, Vacheron & Constantin, Mido en Rado en vertegenwoordigt de firma de agentschappen voor merken als L´Epée, Uhr L´Avigne, Jean Roulet, Matthew Norman en Swiza.
Bijzondere hoogtepunten in presentatie en techniek
Vanaf de jaren tachtig werden vele tentoonstellingen georganiseerd waaronder chronologische overzichten van diversen uurwerk uitvoeringen door de jaren heen. De grootste pendule van de wereld werd naar Nederland gehaald, maar ook het meest gecompliceerde horloge met alle denkbare functies welke dan ook gelijk werelds duurste horloge in die tijd was. Om al deze tentoonstellingen waardevol te ondersteunen werden deze muzikaal omlijst en om het contact met de cliënten verder uit te bouwen werd een eigen Journaal uitgegeven onder de naam Chronom Journaal. In vier generaties groeit het bedrijf gestaag en de kennis die de onderneming heeft opgebouwd op het gebied van restauratie en het repareren van bijzondere uurwerken werd onderkend door onder meer de toenmalige Koningin Wilhelmina, musea, het kabinet van de minister-president, de gemeente Den Haag, het Vredespaleis en vele andere instanties. Ook onze huidige Vorstin is een cliënt en in 1984 werd van haar de opdracht verkregen om de in haar bezit zijnde uurwerk- collectie te restaureren. Vele malen heeft Gaemers Chronometrie diversen gelimiteerde uurwerken in samenwerking met diversen fabrikanten uitgebracht, waaronder ter ere van het 120 jarig jubileum in 1997 een replica van het Huygens ofwel Haags klokje. De kast werd gemaakt van wortelnoten-hout, de sierlijsten van ebbenhout en voor de onder en achterkant werd palissander gebruikt. Het ingebouwde uurwerk werd het zogenaamde Atmos uurwerk van Jaeger le Coultre, dat werkt op kleine verschillen van de luchtdruk. De oplage van 40 genummerde exemplaren zijn tot 1999 vervaardigd en zijn aan trouwe aanhangers van Gaemers Chronometrie geleverd. Bij het 125 jaar bestaan in het jaar 2002 ontving A. Gaemers Chronometrie uit handen van de commissaris van de Koningin Jan Franssen het predikaat Hofleverancier. De commissaris melde dat deze toekenning niet alleen is omdat zij 125 jaar bestaat, maar ook omdat het familiebedrijf in de afgelopen 125 jaar door groot vakmanschap heeft bewezen in binnen en buitenland een bedrijf te zijn dat "klinkt als een klok".
Een nieuwe koers voor A. Gaemers Chronometrie
De familienaam A. Gaemers is meer dan 130 jaar actief in alle facetten van het uurwerkmakers gilde en het is dan ook goed om je te bezinnen op de toekomst. Doordat een vijfde generatie Gaemers zich niet aandiende in het uurwerkmakers gilde heeft A. Gaemers Chronometrie de activiteiten aan het Haagse Noordeinde inmiddels overgedragen aan twee nieuwe ondernemers welke onder eigen naam hun toekomst zijn ingaan. A. Gaemers Chronometrie heeft een deel van zijn, groothandels en zijn uurwerktechnische activiteiten voort gezet in de huiselijke sfeer in Den Burghstraat 34 te Voorburg. Het accent van de werkzaamheden ligt dan ook in het leveren, taxeren, repareren en restaureren van antieke en historische uurwerken. Ook blijft A. Gaemers Chronometrie graag bemiddelen bij de aankoop en verkoop van bijzondere-, en historische uurwerken. Deze locatie in Voorburg is gelegen op een steenworp afstand van Museum Hofwijck waar de bekende Christiaan Huygens zijn inspiratie opdeed voor het slingeruurwerk.